MEDITATIE

Meditatie Veertig Dagen Tijd 2021
Werken van barmhartigheid

De zeven werken van barmhartigheid, kent u ze (nog)?
Of misschien nog even een stapje terug.
Wat is barmhartigheid?
Andere woorden voor barmhartigheid zijn compassie, genade, goedertierenheid, goedheid, liefdadigheid, mededogen, medegevoel, medelijden, ontferming.
Het woord ‘barmhartigheid’ komt 28 keer voor in de Bijbel, waarvan 4 maal in het Eerste Testament. Ook in de Deuterocanonieke boeken kunnen we dit woord vinden, maar liefst 37 keer.
We lezen hoe G’d[1] als barmhartig wordt omschreven. En ook dat de mens de opdracht krijgt barmhartig te zijn, zo lezen we in de Bergrede. G’d vraagt van ons barmhartigheid in plaats van offers (Matteüs 9:13;12:7).
Wellicht het meest bekend is dit woord geworden door de gelijkenis die Jezus vertelt over de Barmhartige Samaritaan (Lucas 10:25-38). Jezus stelt hierin de vraag: ‘Wie is de naaste geworden van het slachtoffer van de rovers?’ en krijgt als antwoord: ‘De man die medelijden heeft getoond’.

In de komende veertig dagen tijd staan bij Kerk in Actie de zeven werken van barmhartigheid centraal. Dit naar aanleiding van de tekst uit het evangelie volgens Matteüs 25, vers 35 en 36. Het gaat dan om de hongerigen te eten geven, de dorstigen drinken geven, de vreemdeling onderdak bieden, de naakten kleden, de zieken bezoeken, de gevangenen bezoeken.
En sinds het jaar 1207 is door Paus Innocentius III aan deze zes werken het begraven van de doden als zevende werk toegevoegd. Dit is ontleend aan het apocriefe boek Tobit, waar het begraven van de doden een aantal keren als belangrijke daad wordt genoemd.

Vaak wordt hierbij het accent gelegd op het doen van barmhartige werken. En daar is niets mis mee, integendeel, het is een goede zaak er voor de ander te zijn. Het is een hele mooie en praktische invulling van het christen zijn.

Maar ik wil u vandaag eens uitdagen om het niet te doen, maar te ontvangen. En dat is misschien wel moeilijker dan u denkt! Ontvangen is iets wat veel mensen, ook ik, (hebben) moeten leren.
Natuurlijk is het van groot belang om oog te hebben voor de honger, de dorst, de naaktheid van de ander. Het is van groot belang de vreemdeling onderdak te bieden, net als de zieke of de gevangene te bezoeken.
Maar probeer het eens om te draaien.
Zie je je eigen dorst en honger, je eigen naaktheid nog wel? Herken je je eigen gevoel van ontheemd en dakloos zijn, je eigen ziek zijn of gevangen zitten?

Ook de helpers hebben hulp nodig. Ook de behoeftigen kunnen voorzien in een behoefte. Wij zijn allemaal afhankelijk van elkaar. En wij kunnen allemaal de ander helpen. En boven al zijn we allemaal afhankelijk van G’ds barmhartigheid, van zijn liefde en goedheid.

Laten we nog even kijken naar wat er precies staat in die tekst in het evangelie volgens Matteüs: “Want Ik had honger en jullie gaven Mij te eten, Ik had dorst en jullie gaven Mij te drinken. Ik was een vreemdeling, en jullie namen Mij op, Ik was naakt en jullie kleedden Mij. Ik was ziek en jullie bezochten Mij. Ik zat gevangen en jullie kwamen naar Mij toe.”

Ziet u het? Jezus vergelijkt zichzelf niet met degene die barmhartigheid doet, maar met degene die barmhartigheid ontvangt! Hij is zelf de vreemdeling, de hongerige of dorstige. Hij is zelf naakt, ziek of gevangen.

Zullen we het eens proberen, deze veertig dagen tijd, om onszelf te zien als degene met honger of dorst, degene die ziek is of gevangen, degene die naakt is of vreemdeling? Wellicht kunnen we zo gewaarworden waar onze verlangens liggen, kunnen we ontdekken wat we echt belangrijk vinden.
Misschien denkt u, ‘ja Esther, dat heb je mooi gezegd. Maar in de bijbel staat ook ‘het is zaliger te geven dan te ontvangen.’. Dat klopt, dat staat er. In Handelingen 20: 35 (NBG vertaling) Maar ook hierin mag je je verplaatsen in de ontvanger. Immers, om te kunnen geven, zijn er ook ontvangers nodig.

Ik wens u een goede en zinvolle veertig dagen tijd.

Esther Pierik
Kerkelijk werker Protestantse Gemeente Oldemarkt

[1]  De Naam van G’d schrijf ik op deze wijze uit verbondenheid met het Joodse volk dat de Naam niet uitspreekt