MEDITATIE

MEDITATIE in ALLEEN SAMEN 2019-1, 40 dagen tijd:

Wanneer dit kerkblad verschijnt staat de Veertig Dagentijd tot Pasen op het punt van beginnen.  Aswoensdag, 6 maart, is de eerste dag (de zondagen tellen niet mee, dan kijken we alvast vooruit naar het Paasfeest).
Veertig dagen van inkeer en bezinning. Veertig dagen van stilstaan bij het leven en bij het lijden.  Veertig dagen om je voor te bereiden op het grootse feest van Pasen. Het feest van de Opstanding van Christus. Daar leven we in die veertig dagen naar toe in de weken van voorbereiding.
Veertig is een bijzonder getal. We komen het in de Bijbel regelmatig tegen. Al in het boek Genesis horen we dat G’d het veertig dagen en nachten laat regenen. En in Exodus lezen we hoe het volk Israël veertig jaar door de woestijn trekt op weg naar het land van Belofte.
De profeet Elia verbleef veertig dagen en nachten in de woestijn voor hij bij de berg Horeb kwam waar de Eeuwige zich in het gefluister van een zachte bries liet horen.
Ook over Jezus horen we dat Hij na zijn doop veertig dagen en nachten in de woestijn verblijft.
Steeds weer is er sprake van een voorbereidingstijd op een nieuw begin.
Zo kunnen we deze veertigdagentijd tot Pasen ook zien. Een voorbereiding op het Nieuwe Begin.

In deze tijd kun je jezelf vragen stellen als ‘Hoe leef ik, op welke manier geef ik handen en voeten aan mijn geloof, is daarvan zichtbaar voor anderen, en voor de Ander?’
Geen eenvoudige vragen, maar we hebben dan ook veertig dagen om daarover na te denken. Vaak is het een antwoord dat moet groeien.
Je kunt de vragen ook in een Ander perspectief zetten,
‘hoe zou G’d[1]vinden dat ik leef, welke talenten en gaven heb ik ontvangen om mijn geloof handen en voeten te geven, wat wil G’d dat ik laat zien aan anderen?’
Door de vragen zo te formuleren komen ze in een nieuw licht te staan.

Het liefst zou ik het hier bij laten, de rest van de pagina gevuld met leegte.
Met tijd om na te denken, met inspiratie om te zoeken, met moed om de vragen onder ogen te zien.
Ieder van ons zal zelf zijn eigen antwoord hierop moeten zoeken.
En voor ieder zal dat antwoord ook anders zijn.

Een paar woorden wil ik u toch nog meegeven, een gebed om licht van Jaap Zijlstra (uit: Olijftak, geloofsgedichten, Uitgeverij Kok)

U komt mij, lieve G’d, zo nederig nabij, in dagen van gemis en moeite vindt U mij.
U daalt het duister in, U deelt mijn angst en pijn,
zo dodelijk bedroefd als maar een mens kan zijn.
Een man van smarten die ter aarde valt en schreit,
een lotgenoot, een vriend, o Heer die bij mij zijt.
Ik bid U, laat het licht dat doorbrak in uw smart,
de zon die Pasen heet, ook dagen in mijn hart.

Esther Pierik, pastor / kerkelijk werker Protestantse Gemeente Oldemarkt

[1]De Naam van G’d schrijf ik op deze wijze uit verbondenheid met het Joodse volk dat de Naam niet uitspreekt